Unit 25 Guidebook: learn how to count


KEY PHRASES

Learn how to count

Ik ben nummer nul - nul - zeven.
I am number zero-zero-seven.

Zij hebben negentien huisdieren!
They have nineteen pets!

Het kind leest twaalf boeken.
The child reads twelve books.

Ze is de tweede vrouw van mijn vader.
She is my father's second wife.

Dat is mijn vierde boterham met kaas.
That is my fourth sandwich with cheese.

Wij hebben één zwarte kat en één rode kat.
We have one black cat and one red cat.