Unit 35 Guidebook: use modal verbs


KEY PHRASES

Use modal verbs

Hij wil zijn boek kunnen lezen.
He wants to be able to read his book.

Zij kan fietsen.
She can bike.

Je kunt het ook alleen doen.
You can also do it on your own.

Je moet hem rustig laten werken.
You have to let him work in peace.

Je mag blijven spelen.
You are allowed to keep playing.